Gemeente Pijnacker-Nootdorp: veilige schoolroutes, een kwestie van gedrag?
Iedere ouder wil hetzelfde: zijn kind veilig naar school brengen. Toch voelt de chaotische verkeerssituatie rond veel scholen vaak onveilig tijdens de haal- en brengspits. Onder andere door de vele auto’s, gehaast rijgedrag en foutgeparkeerde auto’s. De gemeente Pijnacker-Nootdorp wilde weten: hoe veilig zijn onze schoolomgevingen objectief en subjectief gezien nu écht? Ervaren ouders, leerlingen en schoolmedewerkers de schoolomgeving als veilig of juist onveilig? En hoe speel je als gemeente hierop in?
Gedragsexperts Tanja van Kooten en Liselotte Breedveld zochten samen met mobiliteitsexpert Roos Selman en databureau DOK-data naar antwoorden. DOK-data bracht de objectieve werkelijkheid in kaart met verkeersdata. Wij voegden dit samen met de subjectieve ervaringen van ouders en vertaalden deze naar kansrijke interventies die ander (reis)gedrag stimuleren.
De uitdaging: veilig, maar zo wordt het niet ervaren
Uit de objectieve verkeersdata bleek dat de meeste schoolomgevingen in Pijnacker-Nootdorp verkeerskundig gezien redelijk tot goed zijn ingericht. Er gebeuren relatief weinig ongevallen en de infrastructuur voldoet vaak aan de CROW-richtlijnen. Toch gaven veel ouders aan zich onveilig te voelen als ze hun kind naar school brengen.
‘Juist in dat spanningsveld lag de uitdaging,’ vertelt Tanja. ‘Als ouders zich onveilig voelen, kiezen ze sneller voor de auto. En meer auto’s zorgen weer voor extra drukte, minder overzicht en een onveiliger gevoel. Een vicieuze cirkel.’ De gemeente beseft: als we de verkeersveiligheid willen verbeteren, moeten we begrijpen wat mensen doen en waarom ze dat doen.
De aanpak: observeren, vragen én begrijpen
Tanja, Roos en Liselotte voerden een uitgebreid gedragsonderzoek uit, aanvullend op het dataonderzoek. Tanja: ‘Ons onderzoek bestond uit een combinatie van methoden: we observeerden alle schoolomgevingen, hielden een grootschalige enquête waaraan bijna 900 gebruikers van die omgevingen meededen, en organiseerden expertsessies met gemeentelijke professionals (zoals wijkmanagers, handhaving en verkeerskundigen). Daarnaast deden we verdiepend onderzoek door een aantal ouders uitvoerig te interviewen over wat hen drijft tot (on)veilig reisgedrag.’
We gebruikten hiervoor ons eigen gedragsmodel, waarmee we gedrag verklaren vanuit drie invloedsfactoren: capaciteit (hebben ouders de kennis en het vermogen om met de auto of fiets te komen), motivatie (waarom willen ze dit wel of niet) en gelegenheid (is de fysieke en sociale omgeving hierop ingesteld).
‘Door objectieve verkeersgegevens te vergelijken met subjectieve beleving en dagelijkse routines kregen we een compleet beeld. Niet alleen van het reisgedrag rondom scholen, maar vooral van het waarom. Waarom de auto zo vaak wordt gekozen. Waarom fietsen logisch voelt, maar toch lastig is. En waarom goede en veilige infrastructuur alleen niet genoeg is. Gedrag veranderen begint met begrijpen waarom mensen doen wat ze doen.’
Het resultaat: helder inzicht en concrete interventies
Het onderzoek laat zien dat de verbeterkansen niet zozeer in de infrastructuur zitten, maar in gedrag en beleving. De resultaten gaven de gemeente Pijnacker-Nootdorp niet alleen inzicht hierin, maar ook een concreet handelingsperspectief. Daarmee kunnen ze gericht werken aan veiligere en prettigere schoolomgevingen. Duidelijk werd dat autogebruik rond scholen vaak voortkomt uit gewoonte, gemak en sociale normen. Tegelijkertijd zien ouders ook de voordelen van fietsen. ‘Die motivatie is er dus vaak al, maar wordt geremd door ervaren onveiligheid en praktische bezwaren.’
Tanja en haar collega’s vertaalden deze inzichten naar concrete, kansrijke interventies waarmee de gemeente en scholen gericht kunnen sturen op ander reisgedrag en een groter gevoel van veiligheid. Met begrip voor de dagelijkse praktijk waar ouders mee te maken hebben. ‘Met een Kiss + Bike-zone maak je fietsen zichtbaar en vanzelfsprekend bij de school, als alternatief voor de auto. Met beloningsacties vergroot je fietsgedrag positief uit, waardoor een nieuwe sociale norm ontstaat.’
Daarnaast ontwikkelde &Morgen interventies die inspelen op de wens van ouders om hun kind zelfstandig en veilig te laten deelnemen aan het verkeer, een – zo bleek uit het onderzoek – belangrijke motivator voor ouders om wél voor de fiets te kiezen. ‘Denk aan herkenbare samenfietsroutes en een lesfiets waarmee kinderen en ouders kunnen oefenen. En omdat gemak een grote rol speelt, kun je ouders via een e-bike-probeeractie de kans geven om zelf te ervaren dat fietsen ook goed combineert met doorrijden naar het werk. Zo wordt verkeersveiligheid niet alleen beter geregeld, maar ook beter gevoeld.’
Lees hier de volledige onderzoeksrapporten, inclusief cijfers en kaarten.
Wil jij als gemeente ook samen met scholen en ouders een veiliger schoolomgeving realiseren? Laat ons je op weg helpen met:
- Gedragsonderzoek (subjectieve beleving, dagelijkse routines, motivatie)
- Objectieve verkeersdata combineren met subjectieve gedragsinzichten
- Inzichten vertalen in kansrijke concrete interventies
- Uitvoeren van interventies
Meer weten? Neem voor een vrijblijvend gesprek contact met ons op.
