Ontvang het laatste nieuws over mobiliteit
Bij het aanmelden ga ik akkoord met de algemene voorwaarden opgesteld door &Morgen.
In landelijke gebieden staat bereikbaarheid onder druk. Buslijnen verdwijnen, bussen rijden minder vaak en de auto is voor veel bewoners de enige realistische optie. Gemeentes en provincies zien flexvervoer steeds vaker als dé oplossing.
Een vervoerssysteem dat zich aanpast aan de reiziger: je boekt een rit wanneer je wilt, en wordt opgehaald waar het jou uitkomt. Efficiënt, flexibel en toekomstgericht. Helaas blijft in de praktijk het gebruik van flexvervoer achter.
Bram Fidder onderzocht tijdens zijn afstudeerstage bij &Morgen waarom dat zo is. Niet vanuit de techniek of het vervoerssysteem, maar vanuit de gebruiker. Want uiteindelijk bepaalt de reiziger zelf of iets werkt.
De belangrijkste conclusie is helder: mensen gebruiken flexvervoer alleen als ze er een duidelijke meerwaarde in zien.
Twee factoren blijken hierin doorslaggevend:
Opvallend genoeg spelen zaken als gebruiksgemak of technologie een veel kleinere rol dan we vaak denken. Zolang het systeem “gewoon werkt”, is dat voldoende. Maar het zorgt er niet automatisch voor dat mensen het ook gaan gebruiken. Dit laat zien dat innovatie alleen niet genoeg is. Het alternatief moet ook duidelijk beter zijn dan wat mensen al gewend zijn.
Een tweede belangrijk inzicht uit mijn onderzoek is dat bepaalde factoren geen motivatie vormen om flexvervoer te gebruiken, maar alleen gezien worden als randvoorwaarden. Denk aan gebruiksgemak, beschikbare ondersteuning en vertrouwen in het vervoerssysteem.
Bijvoorbeeld
Als het onduidelijk is hoe je een rit moet boeken, of wanneer een voertuig precies aankomt, haken mensen al snel af. Als deze randvoorwaarden ontbreken, gebruiken mensen het systeem simpelweg niet. Maar als ze aanwezig zijn, zorgen ze niet per se voor extra gebruik.
Voor veel reizigers geldt simpelweg: De randvoorwaarden moeten in orde zijn, anders is flexvervoer geen optie.
Een van de meest onderschatte factoren is gewoontegedrag. Veel mensen in landelijke gebieden zijn sterk afhankelijk van de auto. Niet alleen praktisch, maar ook mentaal: het is snel, flexibel en vertrouwd. In vergelijking daarmee voelt flexvervoer al snel als een stap terug, tenzij het duidelijke voordelen biedt.
Tegelijkertijd laat mijn onderzoek zien dat mensen die al gewend zijn om verschillende vervoersmiddelen te combineren, zoals de fiets en het OV, juist opener staan tegenover flexvervoer. Dit benadrukt dat mobiliteit niet alleen een rationele keuze is, maar ook een gewoonte. Dat is niet iets wat je niet zomaar verandert.
De resultaten van mijn onderzoek geven overheden een aantal duidelijke handvatten:
De belangrijkste conclusie uit dit onderzoek ligt misschien nog een stap verder.
Flexvervoer wordt vaak neergezet als vervanging van traditioneel openbaar vervoer. Maar dat is juist waar het wringt.
De resultaten laten zien dat mensen flexvervoer pas serieus overwegen als het een duidelijke meerwaarde biedt naast hun bestaande mobiliteitskeuze, niet als vervanging daarvan.
Flexvervoer werkt dus het beste als aanvulling:
Flexvervoer is dus geen direct alternatief voor buslijnen die verdwijnen.
De uitdaging ligt daarmee niet alleen in het ontwerpen van slimme flexibele vervoerssystemen, maar in het creëren van een mobiliteitsaanbod dat logisch aanvoelt voor de gebruiker.
Niet: dit vervangt wat je had
Maar: dit vult het bestaande mobiliteitsaanbod aan
Pas als die belofte wordt waargemaakt, heeft flexvervoer de potentie om echt een rol te spelen in de mobiliteit van de toekomst.
Copyright foto: Freepik
Klaar om te starten?
Wij maken graag ruimte voor een vrijblijvend gesprek over het realiseren van duurzame mobiliteitsverandering!
Neem contact op