Opinie: gemeenten vragen wat mobiliteit kost. De echte vraag is wat er zonder geld kan …

De gemeenteraadsverkiezingen liggen achter ons. In veel gemeenten begint nu de fase van verkennen, onderhandelen en het schrijven van coalitieakkoorden en uitvoeringsagenda’s. Het moment waarop ambities worden vertaald naar beleid.

In discussies over mobiliteit gaat het in die fase vaak al snel over geld, veel geld. Over bereikbaarheid, nieuwe infrastructuur, investeringsprogramma’s en budgetten die nog gevonden moeten worden.

Maar de interessantere vraag blijft vaak liggen: wat kan er zonder? In de praktijk zien we dat het grootste onbenutte kapitaal ligt in de manier waarop gemeenten organiseren en denken. Te vaak wachten ze op geld. Dat betekent niet dat investeringen onbelangrijk zijn. Integendeel. Maar een groot deel van de sturing in mobiliteit zit niet in investeringen, maar in keuzes. Keuzes over hoe ruimte wordt verdeeld en welke regels waar gelden waardoor gewenst (reis)gedrag vanzelfsprekend wordt.

Wie mobiliteit bekijkt vanuit de dagelijkse praktijk van inwoners, in plaats vanuit projecten en programma’s, ziet vaak andere oplossingen. Dan gaat het niet alleen over projecten of bereikbaarheid, maar over (reis)tijd. Over veiligheid. Over groen in de wijk en plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Over de vraag of kinderen zelfstandig naar school kunnen fietsen of dat bewoners hun straat nog als leefruimte ervaren. Veel van die verbeteringen blijken verrassend dichtbij.

Neem de inrichting van straten. Daar wordt vaak gedacht in termen van herinrichting en investeringen. Maar in de praktijk kan een andere verdeling van de ruimte al veel veranderen. Parkeerplekken kunnen tijdelijk terrasjes, sport-boxen, speeltuintjes worden. Rijbanen die om herinrichting vragen, kunnen eerst met verf worden versmald. Zodat je tussentijds nog aanpassingen kunt doen voor je de definitieve herinrichting doorvoert (of niet). Een schoolstraat die 60 minuten per dag autovrij is, kost niets. Maar geeft kinderen letterlijk ruimte. Informele oversteekplekken kunnen zichtbaar worden gemaakt op plekken waar mensen toch al oversteken.

Achter deze maatregelen ligt een andere manier van kijken: uitgaan van bestaand gedrag. Niet corrigeren wat mensen doen, maar versterken wat al werkt.

Dit soort maatregelen gebeurt al in verschillende gemeenten. Niet alleen in grote steden, maar ook in kleinere gemeenten. Denk aan Utrecht, Rotterdam, Culemborg en Dalfsen. Het levert met beperkte middelen een groot effect op. Maar het gebeurt nog (te) weinig.

Daarbij zou het nuttig zijn als gemeenten opnieuw regels herzien. Veel regels zijn gemaakt voor een tijd die niet meer van toepassing is. Denk aan regels over parkeernormen, werktijden, vergunningen en reisvergoedingen. We zien veelal dat die regels gemaakt worden, maar nooit meer worden geëvalueerd.

Juist daar ligt ruimte. Het aanpassen van regels kost vaak weinig, maar kan veel verschil maken. Een lagere parkeernorm bij woningbouw kan bouwkosten verlagen en ruimte vrijspelen voor groen. Flexibeler werktijdenbeleid kan de spitsdruk verminderen. Het versoepelen van interne reisvergoedingen kan forensen stimuleren om de fiets te nemen, wat de spitsdruk ook verlaagt en gezondheid bevordert.

Het rendement van mobiliteitsbeleid zit dan niet alleen in bereikbaarheid. Het zit in tijdswinst voor inwoners, in gezondheid doordat mensen meer lopen en fietsen, en in wijken waar het prettiger wonen en werken is. Dat is uiteindelijk waar mobiliteitsbeleid over gaat: niet alleen over verplaatsen, maar over de kwaliteit van het dagelijks leven.

Dus stel bij het schrijven van coalitieakkoorden niet alleen de vraag wat er mogelijk is met nieuw geld, maar begin bij wat er vandaag al kan zonder. De keuzes die daaruit volgen, bepalen of mobiliteit een kostenpost blijft of echt verschil maakt in het dagelijks leven van inwoners.

Auteur
Annemieke Stoppelenburg

Annemieke is een organisatie- en veranderexpert. Zij adviseert en begeleidt organisaties in uitdagende verandervraagstukken. Al sinds 1990 is zij betrokken geweest bij talloze verandertrajecten. Veranderingen komen vaak prachtig op papier terecht (in ronkende veranderplannen), maar de worsteling is om deze plannen ‘goed van het papier af te laten komen’.


Publicatie

Whitepaper

Ruimte voor logistiek: 5 waarheden die helpen om scherper naar stadslogistiek te kijken

In opdracht van de Topsector Logistiek ontwikkelden wij het rapport Ruimte voor logistiek. Daarin laten we zien dat logistiek geen sluitstuk is, maar een randvoorwaarde voor een goed functionerende stad. In het rapport formuleren we 5 ongemakkelijke waarheden die helpen om scherper en realistischer naar stadslogistiek te kijken.

Klaar om te starten?

Wij maken graag ruimte voor een vrijblijvend gesprek over het realiseren van duurzame mobiliteitsverandering!

Neem contact op

Ontvang het laatste nieuws over mobiliteit

Bij het aanmelden ga ik akkoord met de algemene voorwaarden opgesteld door &Morgen.