Ontvang het laatste nieuws over mobiliteit
Bij het aanmelden ga ik akkoord met de algemene voorwaarden opgesteld door &Morgen.
Recent kwam de rapportage
Mijn deelvervoeravontuur begon een aantal jaar geleden. Voor mijn werk moest ik samen met een collega op een slecht bereikbare locatie in Den Bosch zijn. Ik stelde een combinatie van de bus en de benenwagen vanaf het station voor, een reis van meer dan een halfuur.
‘’We kunnen wel met de OV-fiets”, zei ze. “Met de ‘wat?’”.
Laten we eens inzoomen. Dat doe ik aan de hand van de drie gedragsfactoren van het gedragsmodel (zie afbeelding) van &Morgen: capaciteit, motivatie en gelegenheid. Deze factoren verklaren waarom mensen zoals jij en ik, wél of juist niet bepaald gedrag uitvoeren, zoals het gebruik maken van deelvervoer.
Het kunnen. In de rapportage zijn gebruikers van deelvervoer bevraagd, zij bezitten voldoende capaciteit om deelvervoer te gebruiken. Dat is de fysieke capaciteit om te kunnen fietsen en het uithoudingsvermogen om dit voor langere tijd vol te houden. En de mentale capaciteit voor het gebruik, ze snappen hoe je een fiets moet huren via je OV-kaart en het slot opent en sluit.
Voor nieuwe gebruikers ligt hier mogelijk een grote drempel. Veel mensen kunnen fietsen, maar weten zij hoe ze een OV-fiets moet huren, weten ze waar deze fietsen staan en hoe het systeem werkt? Weten ze überhaupt dat deelvervoer een goede optie kan zijn voor hun toekomstige rit?
In mijn deelvervoeravontuur was dat niet zo. Ik was zeker in staat om te fietsen, maar had nog nooit van het concept OV-fiets gehoord, laat staan dat ik wist hoe het werkte. Gelukkig was daar de cue ‘OV-fiets’op het juiste moment. De gedragstechniek cue is een signaal, dat bepaald gedrag zou moeten uitlokken. Deze cue, een melding over het bestaan van de ov-fiets, zich precies op het moment voordeed dat ik er goed een kon gebruiken. En zo ontstond het gewenste gedrag. Mijn collega bracht me naar de OV-fietsen en liet zien hoe je een huurde.
Om gedrag uit te voeren, speelt de omgeving een cruciale rol. De rapportage geeft aan dat het aantal voertuigen, hoge beschikbaarheid en korte reisafstanden de drempel verlagen. De fysieke gelegenheidgeven gebruikers als belangrijkste reden aan voor het gebruik van deelvervoer.
Een cue kan op het juiste moment worden gegeven, maar bij een gebrek aan OV-fietsen, onweer of een onveilig fietspad, was ik alsnog niet gaan fietsen. Ik had geluk: Er waren genoeg fietsen en het zonnetje scheen!
De sociale omgeving wordt niet beschreven. Jammer, want wat jouw vrienden, familie of buren doen heeft veel invloed op wat jij doet. Volgens Afval Circulair heeft 20% van de Nederlanders wel eensdeelvervoer gebruikt, dat is één op de vijf Nederlanders. Om dit in perspectief te zetten, net zoveel Nederlanders hebben een allergie (KNMP). Dat is hartstikke normaal. Deze nieuwe norm in het gebruik van deelvervoer is totaal niet bekend of zichtbaar. Benadruk die rijzende trend in deelvervoer.
We geven het niet graag toe, maar ons gedrag wordt in grote mate beïnvloed door onze medemens. De cue voor de OV-fiets werd gegeven door een collega, iemand die ik ken en waardeer. Wat als de cue op dezelfde manier was gegeven, maar dan door een medetreinreiziger, een zwartrijder of de conducteur? En al had ik absoluut niet willen fietsen, zou ik dan in m’n eentje met de bus gaan, en haar op mij laten wachten?
Tot slot, motivatie. Wat zijn de redenen waarom iemand voor deelvervoer kiest? Gebruikers noemen vooral flexibiliteit, gemak en tijdswinst als belangrijkste drijfveren. Er is ook weerstand, namelijk de prijs. Opvallend is dat de meeste gebruikers boven modaal verdienen. Het is dus niet zozeer: “ik kan het niet betalen” maar “ik vind het de prijs niet waard.” Daarin zit een cruciaal verschil. Waarom is deelvervoer de prijs niet waard? Wat maakt het wel waard? En in hoeverre speelt de psychologische waarde mee?
In het verleden heb ik gebruik gemaakt van elektrische deelfietsen, waar je na elke rit een digitaal bonnetje ontvangt. Zo werd ik direct na gebruik bewust gemaakt van hoe duur dit (korte) ritje was. Bij de OV-fiets is dat anders. De kosten komen netjes op mijn NS-factuur te staan die ik aan het einde van de maand ontvang. Een slechte gewoonte, maar vaak bekijk ik deze factuur niet eens. Ondanks dat ik soms maar tien minuten per dag daadwerkelijk op de OV-fiets fiets, dat is een relatief hoge minuutprijs, voelt het tóch als de goedkope optie. De elektrische deelfiets daarentegen voelt extreem duur, omdat je na elke rit met je neus op de feiten wordt gedrukt.
Nu we op de hoogte zijn welke factoren het gebruik van deelvervoer beïnvloeden, kunnen we gedrag gaan veranderen! Dit doen we door te onderzoeken welke gedragsfactoren uit het gedragsmodel, oftewel ‘knoppen’ capaciteit, gelegenheid en motivatie een flinke draai nodig hebben. Om daarachter te komen, beantwoord je de volgende vragen: ‘wie is mijn doelgroep?’ en ‘wat drijft hen?’
Ouderen zijn bijvoorbeeld vaak minder digivaardig en missen mogelijk een stukje mentale capaciteit om het gewenste gedrag uit te voeren. Mentale capaciteit kan verhoogd worden door middel van een heldere offline uitleg over het systeem. Voor jongeren is de capaciteit groot genoeg, maar de sociale norm niet zichtbaar en de prijs hoog. De ene doelgroep heeft meer baat bij een goede uitleg, de ander bij het versterken van de sociale norm.
Dat betekent:
Pas wanneer je begrijpt wat het gedrag stuurt, kun je het effectief beïnvloeden met gerichte interventies. Hulp nodig bij begrijpen en beïnvloeden van gedrag? Laat het me weten!
Mobiliteit raakt veel meer dan alleen vervoer en vergoedingen. Het raakt hoe mensen werken, reizen, kiezen en bewegen. En dus vraagt het om meer dan alleen een financiële of logistieke aanpak. In deze whitepaper lees je waarom mobiliteitsbeleid pas echt succesvol is als HR, finance, facilitair én communicatie vanaf het begin sámen optrekken.
Klaar om te starten?
Wij maken graag ruimte voor een vrijblijvend gesprek over het realiseren van duurzame mobiliteitsverandering!
Neem contact op